
De rode boerenzakdoeken hebben in de loop der jaren een multifunctionele bestemming gekregen. Waren ze eerst alleen als zakdoek in gebruik bij de boeren en boerenknechten, het zogenaamde werkvolk op doordeweekse dagen. (op zondag werd een andere kleur zakdoek gebruikt). Later werden de grotere formaten van deze zakdoeken ook door de boerinnen en dienstmeiden gebruikt om op het hoofd te dragen. Het haar werd er mee bij elkaar gehouden.
Vanwege het gekleurde karakter van deze zakdoeken en de mooie tekeningen daarop, werden al gauw alternatieve gebruiksmogelijkheden toegepast. Voor de meisje werden er blouses en jurkjes van genaaid. Ook schorten gaven een florissante aanblik.
De rode boerenzakdoek werd ontdekt als een attribuut dat een zweem van gezelligheid met zich meebracht. Ze werden gebruikt als lampenkappen of als garnering in mandjes met worst of kaas. Nog steeds worden ze veelvuldig gebruikt bij volksfeesten, carnaval en shantykoren.
Veel shantykoren dragen een rode boerenzakdoek om de hals waarbij de doek diagonaal wordt gevouwen of opgerold. De punten worden veelal bij elkaar gehouden door middel van een klein houten klompje. Dit wordt dan gedragen samen met een blauwe boerenkiel en meestal een paar gele klompen aan de voeten.
In de huidige generatie van rode boerenzakdoeken zijn nog steeds de oude originele bedrukkingen terug te vinden. Ook zijn er nu prints die duidelijk zijn gericht op de reiziger die een souvenir mee naar huis wil nemen of die zijn gebied van herkomst wil benadrukken bij ontmoetingen met andere volken. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de grote rode boerenzakdoek waar Nederland met al zijn provincies op staat afgebeeld. Sommige bedrukkingen zijn zo mooi dat mensen ze aanschaffen om als kleedje te gebruiken. Met kerst worden de zakdoeken wel gebruikt als kleedje onder de kerstboom of als decoratie bij een kaarsenstander. De mogelijkheden van de rode boerenzakdoek zijn bijna onuitputtelijk.